Met Spike naar het strand

Vuurtoren1_2 Spike is gek op het strand,daarom gaan we geregeld met hem een luchtje scheppen bij het water.

Weer of geen weer Spike wil altijd het water in en uiteraard moet er dan met iets gegooid worden maakt niet uit met wat.                                       

Spike kan zwemmen als de beste het kan hem niet gek en hoog genoeg.

Gelukkig wonen wij dicht bij het strand en het is dan ook een avontuur om met hem in de auto naar het strand te gaan. Het begint al met mijn broek aantrekken i.vm. het slechte weer hier in Nederland heb ik dan ook een lekkere dikke strandbroek. Spike is niet meer te houden de deur wordt haast plat gelopen en dan gauw even plassen voor we de auto in gaan…… de dikke pret begint, Spike jaagt iedere auto na die we tegemoed rijden want we gaan naar het strand!!!!! eenmaal bij ons vaste parkeerplekje aangekomen is hij dan ook niet meer te houden het raam van de auto ondergekwijld, snel eruit, en rennen maar waar hij de enegie vandaan haalt is ons een raadsel.

Lees verder

dieren E.H.B.O.

Eerste hulp is de eerste verzorging die een dier nodig heeft als het lijdt aan de gevolgen van een ongeval of een plotseling ontstane of ontdekte ziekte. Het doel van eerste hulp is het redden van het leven van een dier, het verlichten van pijn, het voorkomen dat de verschijnselen verergeren en het bevorderen van herstel. Probeer steeds kalm te blijven en denk aan uw eigen veiligheid. Een dier met pijn zal u waarschijnlijk proberen te bijten. Indien u ongerust bent over uw dier, bel dan uw eigen dierenarts of de dierenambulance voor verdere informatie of vervoer.

Legenda:

1. Epilepsie/toevallen:
2. Zonnesteek:
3. Shock:
4. Maagtorsie:
5. Oog uit de kas (oogluxatie):
6. Oogverwonding:
7. Vergiftiging:
8. Nier- en blaasproblemen:
9. Blaasstenen of blaasgruis:
10.Baarmoederontsteking:
11.Zwangerschap:
12.Problemen tijdens de dracht:
14.De bevalling:
15.Geboorteposities kunnen zijn:
16.Eclampsie of melkziekte:
17.Slagaderlijke bloeding
18.Aderlijke bloeding
19.Botbreuken:
20.Brandwonden:
21.Brandplekken aan de bek:
22.Infecties:
23.Hondenziekte
24.Kattenziekte
25.de ziekte van Carré;
26.HCC
27.Parvo
28.Ziekte van Aujeszky
29.Hondsdolheid
30.Corona
31.Kennelhoest
32.Leptospirose.
33.Zoönose
34.Virusziektes:
35.Worminfecties

1.Epilepsie/toevallen:
Bij epilepsie treedt een tijdelijk bewustzijnsverlies op.
Je kunt spierkrampen zien; onwillekeurige samentrekkingen van de spieren. Het dier kan urine en/of ontlasting laten lopen. Verder overmatig speekselen en eventueel bloed uit de bek, doordat de tong tussen de kaken geklemd zit.
Epilepsie kan vele oorzaken hebben; o.a.
infectieziekten als honden/kattenziekte, tetanus.
verwondingen aan de kop.
koorts, zonnesteek.
te hoog/te laag bloedsuikergehalte.
medicijnen.
vergiftiging.
epilepsie kan ook aangeboren zijn maar soms wordt er geen oorzaak gevonden.
Wat kunt u doen:
Zorg dat het dier zichzelf en u niet kan verwonden, maar houdt het dier niet stevig vast.
Doe de radio of televisie uit (het geflikker van tv kan een nieuwe aanval uitlokken) en maak de kamer schemerig.
Wacht rustig tot de aanval over is (de aanval kan enkele minuten duren).
Meestal is de aanval eenmalig. Overleg met de dierenarts wat u verder moet doen. Het kan voorkomen dat uw dier aanval na aanval krijgt. Het hart en de ademhaling krijgen het heel zwaar te verduren. Ga dan zo snel mogelijk naar de dierenarts zonder te wachten tot de aanvallen over zijn.
Indien het een eenmalige aanval was, laat het dier dan heel rustig bijkomen. Minimaal een half uur.
Geef tijdens een aanval nooit eten of drinken of medicijnen in de bek, het dier kan er in stikken.

2.Zonnesteek:
Een dier kan een zonnesteek krijgen als het te lang in de zon zit.
Wat kunt u zien;
dier voelt warm aan, de temperatuur is hoog
hijgen, kwijlen
braken, diarree
bleke slijmvliezen
gedragsveranderingen, b.v. in de vorm van agressie
Wat kunt u doen:
Haal het dier uit de warme omgeving. Koel het dier langzaam af met niet te koud water. Gebruik vooral geen ijskoud water en begin bij de poten met koelen en ga langzaam naar boven. Als het dier niet bewusteloos is, kunt u hem kleine beetjes water geven. Mocht het dier hiervan gaan braken, dan onmiddellijk stoppen.
Neem steeds de lichaamstemperatuur op met een thermometer. De normale temperatuur van hond en kat is 37 tot 39 graden. Stop met koelen als de temperatuur ongeveer 40 graden is. Het dier koelt nog verder door!
Ga altijd naar een dierenarts ter controle en eventuele verdere behandeling.

3.Shock:
Een dier kan door allerlei omstandigheden in een shock geraken.
Shock is een levensbedreigende situatie, de bloeddruk in het lichaam daalt als gevolg van bijv. bloedverlies, hartproblemen, vochtverlies bij brandwonden, braken of diarree. Andere oorzaken kunnen zijn: allergische reacties, elektrische schok, of hersenletsel.
Verschijnselen van shock:
pols zwak en onregelmatig
ademhaling snel en oppervlakkig
bewustzijn: suf, bewusteloos of coma, vergrote vluchtreactie
slijmvliezen bleek\wit (tandvlees en binnenkant oogleden)
ledematen koud
romp warm en klammig
pupillen wijd
ogen liggen dieper in de kassen
temperatuur gaat langzaam dalen tot 27 graden
Wat kunt u doen;
oorzaak van de shock proberen weg te nemen
prikkelarme omgeving aanbieden
vervoeren met kop als laagste punt en de kop in de rijrichting
voorkom verdere afkoeling door een deken over dier te leggen (maar maak het niet TE warm)
bloedingen stelpen + verbinden
altijd naar dierenarts
nooit te drinken of te eten geven

4.Maagtorsie:
Een maagtorsie of maagdraaiing is een spoedgeval.
Het komt voornamelijk voor bij grote hondenrassen, wat niet wil zeggen dat een teckel geen maagtorsie zou kunnen krijgen.
Hoe kan een maagtorsie ontstaan:
Door teveel eten ineens, verkeerd eten of teveel beweging direct na de maaltijd kan er een grote gasontwikkeling ontstaan waardoor de maag plaatselijk uitzet. Daardoor gaat de maag draaien. In ernstige gevallen wordt de maag bij de slokdarmzijde alsook bij de dunne darmzijde afgesloten. Ook de bloedcirculatie wordt afgesloten. Hierdoor ontstaat nog meer gasontwikkeling en de maag zwelt nog meer op. U zult begrijpen dat er daardoor grote druk op het middenrif komt, waardoor de hond het benauwd krijgt.
Wat kunt u zien;
uw hond probeert te braken, echter zonder succes.
overmatig speekselen
hond is onrustig
de buik zwelt op, met name links achter de ribboog
benauwdheid
De hond zal in shock raken en uiteindelijk overlijden. Wees dus altijd zeer alert als uw hond probeert te braken zonder succes!
Wat kunt u doen:
onmiddellijk naar de dierenarts! Alleen spoedige hulp kan uw hond redden.
als het kan, laat dan uw hond zelf lopen naar uw auto.
heeft u geen vervoer, bel dan de dierenambulance voor transport, ook als het dier niet meer in staat is om te lopen.
wees voorzichtig met tillen als u uw hond zelf gaat vervoeren; oefen geen druk uit op de buik.
tijdens het vervoer mag de hond gaan staan, liggen of zitten; dwing het dier niet om een andere positie in te nemen.
De dierenarts zal proberen via een sonde de maag te bereiken en deze te ledigen, zodat gas, vloeistoffen en etensresten uit de maag komen. Als dit niet meteen lukt zal hij/zij de maag puncteren met een dikke naald om de gassen te laten ontsnappen.
Als de behandeling succes heeft moet het dier onder observatie blijven, omdat kans op herhaling groot is.
Als de voorgaande behandelingen niet lukken, kan men besluiten om de hond te opereren, alhoewel de prognose niet altijd even gunstig is.
Hoe kunt u een maagtorsie voorkomen:
laat uw hond voor het eten uit of zorg ervoor dat er anderhalf uur tussen de maaltijd en het spelen/uitlaten ligt.
geef meerdere keren per dag een kleine maaltijd, i.p.v. een grote hoeveelheid in een keer
zet het voedsel op een verhoging, zodat de hond tijdens het eten zo weinig mogelijk lucht naar binnen krijgt.

5.Oog uit de kas (oogluxatie):
Wat kunt u zien:
Het oog puilt erg ver uit de kas of bungelt aan de oogspieren/zenuwen.
De oorzaak is meestal een ongeluk, waarbij het dier een harde klap tegen de kop heeft gehad.
Het komt vooral voor bij kortschedelige honden zoals de pekinees en bulldog of bij de Siamese kat, waarbij de dieren te ruw in het nekvel zijn gepakt.
Wat kunt u doen:
til het dier nooit aan het nekvel op
duw de oogbol niet zelf terug
zorg dat het dier niet bij zijn oog kan komen
houdt het oog nat met een vochtig verband, wat echter alleen zeer losjes om het oog gewikkeld moet worden
ga onmiddellijk naar de dierenarts

6.Oogverwonding:
Oogverwondingen komen vaak voor n.a.v. ongelukken of doordat er vreemde voorwerpen in het oog terecht komen, bijv. zandkorrels of doorntjes.
Deze letsels zijn altijd zeer pijnlijk, dus let op uw eigen veiligheid.
Wat kunt u zien:
Het oog traant en is waarschijnlijk rood en eventueel gezwollen, meestal ziet u een uitvloeiing.
Wat kunt u doen:
Spoel het oog met (liefst gekookt en afgekoeld) water, zodat u kunt zien wat de oorzaak is.
Steekt er iets in het oog haal het er dan niet zelf uit maar ga naar uw dierenarts.
Voorkom dat het dier met zijn poot bij het oog komt.

7.Vergiftiging:
Vergiften zijn stoffen die bij opname of contact met het lichaam schade kunnen toebrengen of zelfs de dood tot gevolg kunnen hebben.
Ze kunnen via de bek (eten,drinken),neus (inademing)of de huid (direct contact) worden opgenomen.
Wat kunt u zien:
plotseling heftig braken, buikpijn, diarree, spierkrampen of ademhalingsstoornissen.
Soms zijn de verschijnselen niet zo duidelijk. Het dier is wat rustiger of juist erg druk.
Let goed op de omstandigheden, soms zijn er restanten van een gegeten gif te vinden.
Er bestaan zoveel stoffen waar een dier heftig op kan reageren, dat we hier niet verder op in kunnen gaan.
Bovenstaande zijn slechts enkele voorbeelden.
Wat kunt u doen:
haal het gif (plant, medicijnen e.d.) onmiddellijk weg
maak de bek goed schoon door de bek te spoelen met water maar zorg ervoor dat het dier geen water naar binnen krijgt, door de kop goed omlaag te houden.
spoel de vacht, als het om een stof op de huid gaat, goed met stromend water af
probeer te achterhalen wat en hoeveel het dier naar binnen heeft gekregen
neem resten van het gif en/of braaksel mee naar de dierenarts
TIP: schaf een gifwijzer aan bij de apotheek. Hierop staan vele stoffen en ook wat je kunt doen als eerste hulp, b.v. wel/niet laten braken etc.

8.Nier- en blaasproblemen:
De nieren en de blaas zorgen ervoor dat afvalstoffen en overtollig vocht uit het bloed worden gehaald. Ze dienen als het ware als een filter voor het bloed.
Een veel voorkomende kwaal bij oudere honden, maar vooral katten is dat de nierfunctie achteruit gaat, waardoor er afvalstoffen achterblijven in het bloed. Dit wordt een niervergiftiging genoemd.
Het dier is hierbij duidelijk ziek.
Wat kunt u zien:
veel drinken, slecht tot niet meer eten, vermageren
vacht staat overeind
dier is uitgedroogd (dit kunt u controleren door de vacht iets op te trekken ter hoogte van het nekvel; de vacht behoort meteen terug te springen; gaat dit heel langzaam of niet meer terug (vacht blijft overeind staan) dan is het dier uitgedroogd en moet het naar de dierenarts voor een vochtinbrengend infuus
Deze kwaal is ongeneeslijk, maar met nierdieeten en medicijnen is het soms mogelijk om de kwaal niet verder te laten gaan en kan het dier nog een tijdje voort leven.

9.Blaasstenen of blaasgruis:
Als de urinebuis verstopt zit met gruis kan het dier zijn urine niet kwijt. In het bovenstaande heeft u al kunnen lezen dat urine gifstoffen bevat die uit het lichaam verwijdert moeten worden.
De blaas raakt steeds voller en op een bepaald moment kunnen de nieren de urine niet meer kwijt, waardoor een acute niervergiftiging ontstaat. Soms gebeurt het zelfs dat de blaas knapt. We zien het vooral bij katers.
Wat kunt u zien:
het dier gaat vaak naar de bak om te urineren, echter zonder succes
het dier miauwt klagelijk en heeft pijn in de buikstreek
duurt dit langer dan kunt u het volgende zien:
braken
het dier wordt sloom
het dier gaat in de kattenbak liggen
de kat raakt in shock
het dier zal in coma raken, waarop de dood volgt
Dit proces kan zich in korte tijd voltrekken (12 tot 24 uur)
Wat kunt u doen:
Het dier moet onmiddellijk naar de dierenarts
Deze zal de blaas ledigen en antibiotica toedienen en indien nodig vocht toedienen.
In de meeste gevallen zal geadviseerd worden om een blaasgruis oplossend dieet te verstrekken gedurende minstens zes weken.
Eventueel kan een operatie noodzakelijk zijn, waarbij het laatste deel van de urinebuis verwijdert zal worden incl. de penis.
Dit probleem komt trouwens niet alleen bij katten voor, ook honden (reuen) en andere dieren kunnen een verstopping krijgen.

10.Baarmoederontsteking bij de hond en kat:
Wat kunt u zien:
uitvloeiing uit de vagina, die er bloederig bruin of pussig uitziet
ziek, slecht eten, vaak snel moe en meer drinken
koorts
braken
Indien deze toestand te lang duurt, kan het dier eraan overlijden
Wat kunt u doen:
Het dier moet onmiddellijk naar de dierenarts. Deze zal het dier opereren om de baarmoeder en eierstokken te verwijderen.
In minder ernstige gevallen zal het antibiotica krijgen; vaak is dit echter onvoldoende en zal het dier uiteindelijk toch geopereerd moeten worden.

11.Zwangerschap:
Als de tepels van de poes rood en groot beginnen te worden en de haartjes rondom de tepel gaan verdwijnen, kan men aannemen dat het dier zwanger is.
Bij de hond ziet u deze verschijnselen niet zo duidelijk.
Waarschijnlijk eet en drinkt het drachtige dier meer dan normaal.
De duur van de zwangerschap is ong. 64 dagen voor de kat en ong. 63 dagen voor de hond.

12.Problemen tijdens de dracht:
er is een bloederige uitvloeiing
het dier ziet er drachtig uit,maar er komen toch geen jongen
Het is mogelijk dat het dier schijnzwanger is of dat de vrucht is doodgegaan en het lichaam van de moeder de restanten weer heeft opgenomen.
Schijnzwangerschap komt vaker voor bij honden dan bij katten. Bij konijnen komt het regelmatig voor.
Ong. 8 weken na de loopsheid gedraagt de hond zich alsof ze jongen heeft. Ze wil niet wandelen, gedraagt zich onrustig en verdedigt de mand alsof er pups in liggen.
Sommige honden worden regelmatig schijnzwanger; dan is er grotere kans op ontstekingen van de baarmoeder. Er bestaan medicijnen voor en daarnaast is afleiding ook een goed hulpmiddel, evenals minder eten geven, waardoor de melkproduktie wat wordt afgeremd. Een uitstekende remedie is castratie (het operatief wegnemen van de eierstokken EN de baarmoeder).

13.vloeien aan het eind van de zwangerschap
Indien het helder of niet vies ruikend is, kan het er op wijzen dat er een of meerdere jongen zijn doodgegaan in de baarmoeder. De overige jongen kunnen toch gewoon gezond ter wereld komen. Wel is het van belang dat u contact opneemt met uw dierenarts.
Indien de uitvloeiing troebel en stinkend is, dan is het vrijwel zeker dat de baarmoeder ontstoken is.

14.De bevalling:
De eerste tekenen bij het moederdier zijn nesteldrang en onrust. Het dier loopt achter u aan en vraagt aandacht.
Als de weeën zijn begonnen wordt het jong 15 tot 30 minuten later geboren (het jong of vruchtvlies is in de vagina zichtbaar). Dit kan uitlopen tot een uur, maar als het jong dan nog niet geboren is, moet u uw dierenarts waarschuwen. Meestal regelt de natuur het allemaal zelf, dus raak niet meteen in paniek!

15.Geboorteposities kunnen zijn:
kopligging
stuitligging (komt vaak voor bij honden)
stuitligging waarbij slechts een of geen van beide achterpoten naar achteren is gericht. Dit is voor het moederdier een moeilijke bevalling.
Als het dier steeds perst en er wordt geen jong geboren, wordt het tijd om te helpen. Als er een kopje of een pootje uit het geboortekanaal steekt kun je met een schone theedoek en handen de pootjes of het kopje vastpakken en voorzichtig trekken in de richting van de hakken van de moeder. Doe dit echter alleen als de moeder perst. Als er teveel weerstand is, moet je ophouden en de dierenarts waarschuwen. Als de weeën te zwak zijn kan de dierenarts een injectie toedienen om de weeën te versterken. Als dit allemaal niet wil baten kan uw dierenarts een keizersnede overwegen.
Als de geboorte wel goed verloopt, worden de volgende jongen geboren met een tussenpoos van 15 min. tot 2 uur.
De tijd tussen de geboorte van pups kan langer zijn.
Meestal komt er na ieder jong een nageboorte, soms komen er twee nageboorten na twee jongen. De moeder eet dit meestal op. Sta haar dit ook toe.
Als de moeder de nageboorte er niet afhaalt kunt u dit voor haar doen. Verwijder het vlies, te beginnen bij het kopje, zodat het dier kan gaan ademhalen. Veeg het neusje en bekje voorzichtig schoon. Verwijder dan de rest van het vlies en breek de navelstreng door. Doe dit met de duim en wijsvinger van een hand en scheur de navelstreng op ong. 2 cm. af in de richting van de buik van het jong, zodat de kans op een navelbreuk heel klein is. Knip de streng niet met een schaar door omdat de kans op bloeden dan erg groot is.
Wrijf het jong voorzichtig droog. Hiermee bevorder je de circulatie en de ademhaling.
Laat het jong na de bevalling drinken bij de moeder. Als het dier niet kan drinken, kijk dan of zijn gehemelte goed is. Bij een niet goed gesloten gehemelte komt er melk terug uit de neusgaten. Het kan ook zijn dat de moeder niet voldoende melk heeft. Neem dan contact op met uw dierenarts.

16.Eclampsie of melkziekte (zoogperiode):
Melkziekte kan optreden bij het moederdier nadat de jongen geboren zijn. Het ontstaat door een tekort aan calcium (kalk).
Wat kunt u zien:
bij de hond: stiller, slomer, bibberig tot toevallen aan toe.
bij de kat: onrustig, hijgerig, gedragsverandering, toevalachtige verschijnselen.
Het is mogelijk, dat het dier er aanleg voor heeft. Een andere mogelijkheid is dat tijdens het laatste deel van de dracht de jongen erg snel groeien (hier is veel calcium voor nodig) en als ze geboren zijn komt de melkproductie goed op gang (veel calcium in de melk), waardoor het een te grote belasting is voor de moeder.
Wat kunt u doen:
Indien deze verschijnselen zich voordoen, breng het dier dan naar de dierenarts voor een calciuminjectie. Ze zal zich dan snel weer beter gaan voelen. De moeder moet daarna extra calcium in het eten krijgen en in overleg met de dierenarts moet bekeken worden of de jongen wel of niet door de eigenaar bijgevoerd moeten worden.
Bij een eventuele volgende dracht moet het moederdier extra calcium krijgen vanaf het begin van de zwangerschap.
Treedt de eclampsie toch weer op, dan is het advies om het dier niet meer te laten jongen.

Ernstige bloedingen:

17.Slagaderlijke bloeding
Wat kunt u zien:
Het bloed stroomt stootsgewijs uit de wond; bij iedere hartslag komt er een golfje bloed naar buiten.
Het bloed is helderrood van kleur (het bevat veel zuurstof).

18.Aderlijke bloeding
Wat kunt u zien:
Het bloed stroomt voortdurend uit de wond, waardoor er veel bloed verloren kan gaan.
Het bloed is donkerrood van kleur (het bevat minder zuurstof).
Wat kunt u doen:
Druk de bloedvaten dicht in de lies of oksel (van de gewonde poot). De bloeding zal over het algemeen snel stoppen. Bedek de wond met een gaasje, daarop een prop watten en zet dit vast met verband. Kunt u de bloeding op deze manier niet stoppen, leg dan een knevelverband aan.
Leg bij een slagaderlijke bloeding een reep stof of b.v. een stropdas, circa 5 cm boven de wond, tussen de wond en het hart in. Maak in de zwachtel een knoop en leg hierop een pen of stevig stokje. Knoop dit er stevig op vast. Draai dan de pen of stokje rond totdat de reep stof strak om de poot zit. Als u zelf naar de dierenarts rijdt, knoop dan de strook op het stokje vast. Draai na 10 minuten de knevel los om het bloed te laten stromen. Dit is heel belangrijk om geen weefsel af te laten sterven.
Bij heftige bloedingen aan kop of romp neemt u een schone doek en drukt dit stevig op de wond.
Ga bij al deze bloedingen meteen naar een dierenarts.

19.Botbreuken:
Botbreuken worden veroorzaakt door een aanrijding of een flinke val- of vechtpartij.
Breuken kunnen ook ontstaan door bijvoorbeeld bottumor of botontkalking.
Wat kunt u zien:
De poot staat in een vreemde stand of beweegt abnormaal
Het dier kan niet meer op de poot staan
Op de breukplaats is een zwelling te zien; het dier heeft veel pijn
Het bot kan eventueel uit de huid steken
Wat kunt u doen:
het dier heeft pijn, dus let op dat u niet wordt gebeten
draai het dier op de niet gewonde zijde, waarbij de gebroken poot naar boven steekt
als u het bot uit de huid ziet steken, leg dan een schoon gaasje of schone doek op de wond, liefst iets vochtig gemaakt.
schuif een deken of dikke jas o.i.d. tussen de voor en achterpoten in de lengterichting, dit zorgt ervoor dat de gebroken poot stabiel komt te liggen.
leg een deken of een plank aan de rugzijde en trek het dier hierop door aan het rugvel en nekvel te trekken.
breng het dier naar de dierenarts
geef nooit pijnstillers
LET OP
Als uw dier is aangereden en niet opstaat, til uw dier dan niet zomaar op, u zou het letsel kunnen verergeren (rugletsel).
Schuif hem het liefst op een plank (zie hierboven) of bel de dierenambulance voor vervoer. Wij weten hoe wij uw dier het best kunnen vervoeren en hebben al het materiaal op de ambulance om uw dier zo goed mogelijk te helpen.

20.Brandwonden:
Brandwonden ontstaan niet alleen door vuur/vlammen, maar ook door contact met chemische stoffen, zonnestralen, elektra of straling.
Wat kunt u zien:
de vacht van uw dier kan geschroeid zijn, maar ook intact
het is soms erg moeilijk om te zien of de huid verbrand is, door de aanwezigheid van haar of veren
de huid kan rood zijn, met of zonder blaren, een wit/beige of zelfs zwarte kleur hebben
het dier heeft veel pijn. Let op: bij een derdegraads verbranding heeft het dier weinig tot geen pijn door beschadiging van de zenuwen
het dier kan in shock raken, zeker bij derdegraads verbranding
Wat kunt u doen:
WATER, DE REST KOMT LATER
houdt het verbrande deel onder zacht stromend lauw water
ABSOLUUT GEEN IJSKOUD WATER, de haarvaten zullen zich hierdoor vernauwen, waardoor de hitte juist NIET het lichaam kan verlaten
doe dit minimaal 20 minuten
geef geen pijnstillers en smeer niets op de wond, dus ook geen boter of zalfjes!!!
neem contact op met uw dierenarts

21.Brandplekken aan de bek:
Wat kunt u zien:
er is blaarvorming aan de bek
ruikt uit de bek
braakt eventueel
De oorzaak kan zijn dat het dier bijtende stoffen heeft opgelikt of in een elektrasnoer heeft gebeten.
Ook planten kunnen brandblaren veroorzaken.
Wat kunt u doen:
als het dier krampen heeft of bewusteloos is, ga dan onmiddellijk naar een dierenarts
als het dier niet bewusteloos is, spoel de bek dan goed met water
houdt de kop van het dier naar beneden, zodat er geen water in zijn luchtpijp kan lopen
ga naar de dierenarts en neem de gegeten stof of de plant mee
LET OP: 00K DOOR BEVRIEZING KUNNEN BRANDWONDEN ONTSTAAN
Brandwonden door bevriezing kunnen voornamelijk voorkomen aan staartpunt, oortoppen en voetzooltjes.
De bevroren huid ziet er wit uit en als hij ontdooit, wordt hij rood, warm en pijnlijk.
Wat kunt u doen:
verwarm de bevroren delen LANGZAAM met een warme doek, of dompel de delen in handwarm water, ong. 24 graden Celsius
doe dit minimaal 20 minuten en zorg ervoor dat het op laten lopen van de temperatuur heel geleidelijk gaat
LET OP: WRIJF DE OREN NIET WARM, HIERDOOR KUNNEN DE HUIDCELLEN KAPOT GEWREVEN WORDEN
ga naar de dierenarts

22.Infecties:
Er is een verschil tussen virusziektes en bacteriële ziektes.
Bij de hond
A virus: Hondenziekte ; HCC ; Parvo ; Aujeszky ; Rabiës ; Corona
B bacterie: Ziekte van Weil ; TBC ; Tetanus ; Salmonella
C : Kennelhoest
Bij de kat
A virus: Kattenziekte ; Aujeszky ; Rabiës ; FelV ; FIP ; FIV
B bacterie: TBC ; Salmonella ; Tetanus
C : Niesziekte

Pups kunnen vanaf de leeftijd van 6 weken geënt worden tegen hondenziekte en parvovirus. Dit is de zg. puppy enting.
Omdat het afweersysteem nog niet volledig is ontwikkeld, biedt deze enting slechts een voorlopige bescherming.
Als de hond 9 weken is krijgt het zijn eerste grote cocktail tegen de Ziekte van Weil en Parvo.
Na 2 tot 3 weken volgt hierop de grote cocktail tegen hondenziekte, parvo, ziekte van Weil en besmettelijke leverziekte.
In het vervolg is dan elk jaar slechts een cocktailprik nodig.
Katten worden op 8 en 12 weken gevaccineerd tegen kattenziekte en niesziekte. Hierna volgt jaarlijks een herhaling.

23.Hondenziekte, HCC, Parvo en de ziekte van Weil geven alle de volgende klachten:
Braken, diarree, koorts, kans op uitdroging en zich flink ziek voelen.

24.Kattenziekte is te vergelijken met het Parvovirus;
Braken, diarree, koorts, kans op uitdroging en zich flink ziek voelen.
Besmetting vindt plaats door direct contact.

25.Hondenziekte ofwel de ziekte van Carré;
Deze ziekte komt over de gehele wereld voor en heeft uiteenlopende symptomen zoals;
hoesten, neusuitvloeing, maar ook blijvend zenuwletsel. De ziekte kan op alle leeftijden voorkomen, maar treft vooral jonge honden.

26.HCC ofwel Hepatitus Contagiosa Canis
Dit virus wordt verspreidt via de urine van besmette honden. De symptomen variëren van koorts tot een ernstige leverontsteking, waarbij het dier hoge koorts heeft, niets eet en uiteindelijk dood gaat.

27.Parvo
Besmetting vindt plaats door direct contact.
Koorts, braken, diarree (vaak met bloed erbij). De ontlasting heeft een zoete, weeïge geur.
Zeer hardnekkig virus. Kan lang buiten de hond in leven blijven, dus na een geval van parvo altijd het gehele huis goed ontsmetten (vraag uw dierenarts om informatie).

28.Ziekte van Aujeszky
Besmetting is mogelijk via ongekookt varkensvlees en kopvlees van het rund. Het advies is dan ook om deze vleessoorten altijd te koken.
De verschijnselen zijn hersenverschijnselen met abnormaal gedrag, enorme jeuk vooral bij de hond, die zo erg is dat het dier zichzelf helemaal openkrabt.
Er is geen behandeling mogelijk. Euthanasie is de enige mogelijkheid.

29.Hondsdolheid oftewel Rabiës
Rabiës is een ziekte die voor kan komen bij alle warmbloedige dieren en overgebracht kan worden op de mens.
Het is een dodelijk virus dat zich meestal pas meerdere weken na de besmetting openbaart. De besmetting is over het algemeen het gevolg van een beet of een krab van een besmet dier. Via een klein wondje verspreidt het virus zich naar de zenuwen en de hersenen. In een later stadium van de ziekte verspreidt het zich door het hele lichaam en naar de speekselklieren. Het speeksel is dan ook vaak de bron van infectie voor het volgend slachtoffer.
Verschijnselen zijn: gedragsverandering ( druk dier wordt erg rustig en omgekeerd), kwijlen, een afhangende onderkaak en uiteindelijk watervrees en agressie.
Bij vertrek naar het buitenland is een vaccinatie verplicht!!!

30.Corona is een betrekkelijk nieuwe ziekte die vaak samen wordt genoemd met het Parvovirus;
Het wordt veroorzaakt door een virus dat zich in de ontlasting van besmette honden bevind. De verschijnselen zijn koorts, braken, niet meer willen eten en geeft een oranje-kleurige diarree.
De kans op genezing ligt wel iets hoger dan bij Parvo.

31.Kennelhoest
De verschijnselen zijn hoesten met keelklachten, waarbij het dier meestal geen zieke indruk maakt.
De ziekte komt vooral voor waar veel honden samen zijn, bijv. kennels. De smetstof verplaatst zich via de lucht.

32.Leptospirose is een verzamelnaam van ziektes, beter bekend als de Ziekte van Weil.
Deze ziekte komt bij zowel mensen als dieren voor, o.a. bij honden en ratten.
De belangrijkste infectiebron is water, dat besmet is geraakt met urine van geïnfecteerde dieren. De leptospiren kunnen gedurende maanden worden uitgescheiden door dieren waarbij de infectie sluimerend in de nieren aanwezig is.
Vooral de nieren, maar ook de lever lopen hierdoor blijvend schade op.
De hond heeft hoge koorts, gele slijmvliezen en donkergele urine.
Ook als uw hond nooit zwemt, is het toch zinvol om hem te laten enten, omdat Leptospirose niet alleen de Ziekte van Weil betreft en de ziekte ook gevaarlijk is voor mensen.

33.Zoönose
Als een besmettelijke ziekte, die voorkomt bij een dier, ook besmettelijk is voor een mens en omgekeerd, spreken we van een zoönose.
O.a. de volgende meest voorkomende ziektes zijn besmettelijk voor de mens:
Rabiës (Hondsdolheid), Leptospirose (o.a. Ziekte van Weil), TBC (Tuberculose) en Salmonella (Paratyphus).

34Virusziektes:

FeLV oftewel Feline Leukemia Virus
Bloedarmoede met vergroting van de lymfeklieren, milt en lever en woekeringen van witte bloedcellen.
Tussen het moment van besmetten en ziek worden, kunnen jaren liggen.
D.m.v. bloedtesten is het virus aan te tonen.
De ziekte is tot op heden niet te genezen.
FIP oftewel feline infectious peritonitus
Dit is een besmettelijke buikvliesontsteking die in verschillende vormen voor kan komen.
De natte vorm; er is vochtontwikkeling in de buik of borstholte. Dit vocht is lichtgeel en trekt draden. Deze vorm is niet te genezen.
De droge vorm geeft vage klachten. De behandeling is gericht op de symptomen.
De kat kan ook drager zijn, wat wil zeggen dat het dier zelf niet ziek is, maar wel andere katten kan besmetten.
FIV is vergelijkbaar met het HIV virus (AIDS) bij de mens.
( de mens kan niet besmet raken door de kat en omgekeerd, het is dus geen zoönose).
De ziekte is niet te genezen en er is geen enting mogelijk.
Bij binnenkatten is de kans op besmetting niet al te groot, behalve uiteraard door bijtwonden en dekkingen.
FeLV, FIP en FIV beginnen met vage klachten, zoals vermageren, diarree, niezen, slechter eten etc.
Besmetting vindt plaats door zeer intensief contact zoals vechten (bijtwonden) en dekkingen.

35.Worminfecties
Er zijn veel soorten worminfecties, maar we noemen de twee belangrijkste, die zowel bij de hond als de kat kunnen voorkomen.

Spoelwormen

Spoelwormen26oj besmettelijk voor de mens (zoönose), vooral bij kinderen o.a. via de zandbak, lijken op spaghetti en komen vooral bij jonge dieren voor, omdat ze al in de baarmoeder besmet raken (bij honden). Jonge dieren moeten al vrij snel ontwormd worden.   

Lintwormen 

Lintworm9whDe meeste lintwormen die bij kat en hond voorkomen zijn niet besmettelijk voor de mens.
De tussengastheer is de vlo. Stukjes lintworm zien eruit als rijstekorrels.
Als uw dier vlooien heeft, heeft hij ook zeker wormen.
Het is sowieso verstandig om uw dier 2 maal per jaar te ontwormen.

verder heb je ook nog de Haakworm,hartworm,zweepworm.

Haakworm    

Haakworm7ha

Hartworm

Hartworm2rs

Zweepworm

Zweepworm5ra

 

Dieren gifwijzer

Betekenis van de cijfers:

1.Laat uw dier niet overgeven. 2.Water drinken (geen zuivel), desnoods dwangmatig. Bewusteloze dieren nooit laten drinken. 3.Laat uw dier overgeven. Vinger in de keel steken. Wat zout opgelost in lauw water geven. Mosterd in lauw water oplossen en dit aan het dier geven. 4.Norit geven. Verhouding kat/hond = 1/5 5.Boter in de bek smeren, om het schuimen tegen te gaan. 6.Vloeibare paraffine geven: voor honden 1 à 2 eetlepels en voor katten enkele theelepels. Raadpleeg altijd de dierenarts!!!

A
Aanmaakblokjes 2-3-4
Aardappelkiemremmers 2-3-4
Abdijsiroop 2-3-4
Aceton 2-3-4
Aftershavelotion 2-3
Afvoerontstoppers 1-2
Afwasmiddel (hand en machine ) 1-2-5
Alcohol 2-3
Allesreiniger 1-2-5
Ammoniak 1-2
Anticonceptiepil 2-3
Antispruitmiddel 2-3-4
Antistipmiddel ( vissen ) 2-3-4
Aaronskelk 2-3-4
Aspirine 2-3-4
Aspro 2-3-4
Azalea 2-3-4
Azijn 1-2

B
Benzine 1-6
Bestrijdingsmiddel 2-3-4
Bitterzoet 2-3-4
Bleekwater 1-2
Boorwater 2-3-4
Brandspiritus 2-3
Brasso koperpoets 1-6

C
Carbolineum 1-2
Castrix 2-3-4
Caustic soda 1-2
Chefarine 4
Chemisch toilet 1-2
Chloorwater 1-2
Christoffelkruid 2-3-4
Christusdoorn 2-3-4
Chroomreinigers 1-6
Citronella olie 1-6
Citrosan 2-3-4
Cyclamen 2-3-4

D
Deodorants voor toilet 2-3-4
Dettol 1-2
Dieffenbachia soorten 1-2
Dieselolie 1-6
Doornappel 2-3-4
Douchebad-schuim 1-5
Dulcolax 2-3-4

E
Eau de cologne 2-3
Eau de toilet 2-3
Edelolie 1-6
Eucalyptusolie 1-6
Euphorbia soorten 2-3-4

F
Famelsiroop 2-3-4
Finimal preparaten 2-3-4
Fluortabletten 2-3
Formaldehyde 1-2
Foto ontwikkelaars 1-2

G
Gatenplant 2-3-4
G 11 Zeep 2-3-5
Gelderse roos 2-3-4
Gevlekte scheerling 2-3-4
Glifanan 2-3-4
Gootsteenontstopper 1-2
Goudenregen 2-3-4

H
Haarbleekmiddel 1-2
Haarlotions 2-3
Haarontkrullers 1-2
Hart en bloedvatenmiddel 2-3-4
Hash 2-3-4
Herfststijloos 2-3-4
Hoestmiddelen 2-3-4
Hondenvlooienband 2-3
Hoofdpijnpoeders 2-3-4
Hortensia 2-3-4
Huidlotions 3
Huisbrandolie 1-6
Hulst 2-3-4

I
Inkten 2-3-4
Insecticiden 2-3-4
Inweekmiddelen 2-3-4

J

K
Kalmeringsmiddelen 2-3-4
Kamerplantenmest vast 2-3-4
Kamerplantenmest vloeibaar 2
Kamperfoelie 2-3-4
Kardinaalsmuts 2-3-4
Karmozijnbes 2-3-4
Kattenvlooienband 3
Kerstboom 2-3-4
Kerstroos 2-3-4
Kerstster 2-3-4
Kiemremmers 2-3-4
Klimop 2-3-4
Koelbox/tas vloistof 3
Koperpoets 1-6
Kunstgebitreiniger 1-2
Kwik 2-3

L
Lakken 1-6
Lampolie 1-6
Laxeermiddel 2-3
Lelietje van dalen 2-3-4
Librium 2-3-4
Liguster 2-3-4
Luchtverfrissers 2-3-4
Lucifer (koppen) 2-3-4
Lysoform 1-2
Lysol 1-2

M
Mahoniabes 2-3-4
Melrosum 2-3-4
Mercurochroom 2-3-4
Meubelolie 1-6
Meubelwas 1-6
Mierenlokdoos 2-3
Mierezuur 1-2
Mistletoe 2-3-4
Modelbouwlijm 1-6
Mollengif 2-3-4
Monnikskap 2-3-4
Motorolie 1-6
Mottenballen 2-3-4
Muggenolie 1-6
Muggenstift 2-3
Muizentarwe 2-3-4

N
Nachtschade zwart 2-3-4
Narcis 2-3-4
Nasivin 2-3-4
Natronloog 1-2
Natterman hoestmiddelen 2-3-4
Neusdruppels 2-3-4
Nootmuskaat 2-3-4

O
Oleander 2-3-4
Ontkalkers 1-2
Oranjeboompje 2-3-4
Otrivin 2-3-4
Ovenreinigers 1-2

P
Paracetamopreparaten 2-3
Paraquat (grammoxome) 2-3
Parfums 2-3
Parketvloerreinigers 1-6
Pekelharing (lotion) 2-3
Peperboompje 2-3-4
Petroleum 1-6
Peut 1-6
Philodendron 2-3-4
Plantenmest vast 2-3-4
Plantenmest vloeibaar 1-2
Plaspillen 2-3
Pokon vast 2-3-4
Pokon vloeibaar 1-2
Pijnstillers 2-3-4

Q

R
Rattenverdelgers 2-3-4
Rododendron 2-3-4
Ruitenreiniger 1-2

S
Scheerling 2-3-4
Schoonmaakazijn 1-2
Schuimbaden 1-5
Schuurmiddelen 1-2
Schuurpoeders 1-2
Shampoo 1-2
Sierpeper 1-5
Sigaren 2-3-4
Sigaretten 2-3-4
Sinaspril 2-3-4
Slaapmiddelen 2-3-4
Slakkenverdelgers (gif) 2-3-4
Sneeuwbes 2-3-4
Soda 1-2
Spar 2-3-4
Spiritus 2-3
Staalpillen 2-3-4

T
Tabak 2-3-4
Tapijtreinigers 1-5
Taxus 2-3-4
Teakolie 1-6
Tectyleermiddel 1-6
Terpentine 1-6
Tetrachloorkoolstof 2-3-4
Textielwasmiddelen 1-2
Thermometer 2-3
Thinner 1-6
Tri 2-3-4
Tippex 2-3-4
Toiletblokken 2-3-4
Toiletreinigers 1-2
Toiletverfrissers 2-3-4

U

V
Vaatwasmiddel hand 1-5
Vaatwasmiddel machine 1-2
Venijnboom 2-3-4
Verf 1-6
Verfverdunners 1-6
Verharders 1-2
Vim 1-6
Vingerhoedskruid 2-3-4

W
Wasbenzine 1-6
Wasmiddelen (textiel) 1-2
Wasverzachters 1-2
Waterscheerling 2-3-4
WC blokken 2-3-4
WC eend 1-2
WC reiningers 1-2
Wonderolie 2-3-4

X
X10 1-6

Y
IJzerpreparaten 2-3-4

Z
Zilverpoets 1-2
Zoutzuur 1-2
Zuren 1-2
Zuurbaden (fotografie) 1-2
Zuurbes 2-3-4
Zwarte nachtschade 2-3-4
Zwavelzuur 1-2
Zymafluor 2-3

Schapendrijven

Hoi Allemaal,

Spike en ik hebben een nieuwe hobby schapendrijven..

Zoals de meeste die mij kennen weten dat mijn moeder schapen heeft.

Zijn we drukjes met het oefenen van het mooie vak schapendrijven helaas is Spike geen natuurtalent dus kan even gaan duren voor we dit onder de knie hebben en jullie er alles over kunnen vertellen.

Maar kijk alvast eens naar de mooi foto’s van onze lammen van 2008.

5. Foto’s van Spike

Om de Foto’s op ware grote te bekijken moet u dubbel klikken op de foto.

Img_0047_7Img_0053_10Img_0057_3

Img_0007Spike_woei_2Spike_kerst_3

Spike_test_4Spike_on_the_beachSpike_in_the_bush

Lammetjes van het voorjaar 2008

Ram_2Samenscholing_2Schaap_5GetattachmentSchaap_2Schaap_3Schaap_4Schaap_4_2

4. Honden met A.D.H.D

‘Help’ Ik heb een hond met A.D.H.D! 

Vaak gaat men er bij overactieve honden vanuit dat er een erfelijke aanleg in het gedrag zit, en dat er dus weinig aan te veranderen valt. Maar erfelijk gedrag hóeft zich niet te openbaren,net zo min als een slechte omgeving per se zal leiden tot gedragsproblemen. Het gaat meestal om een combinatie van factoren: een genetische aanleg én een omgeving die de aanleg stimuleert. Dat kan zowel in negatieve zin als in een positieve zin gebeuren. Een hond met fantastische ouders die heel hoog scoren bij gehoorzaamheidssporten, kan zich ontwikkelen tot een eigenwijze dwingeland als hij opgegroeid in een druk gezin waar men zich weinig aan zijn opvoeding gelegen laat liggen. Omgekeerd kan een hond van neurotische ouders zich in een stabiele omgeving ontwikkelen tot een rustige, betrouwbare huisgenoot. Als je hond het stempel ADHD opgedrukt, is het dus zaak eerst heel zuiver naar de eigen omgeving en de begeleiding van de hond te kijken. Want alles wat daar niet goed gaat, draagt bij aan het drukke, ongecontroleerde gedrag. En het goede nieuws is: begeleiding en omgeving kun je veranderen, waardoor ook het gedrag van de hond ten goede kan leren!

De klachten in kaart gebracht 

Over wie gaat het eigenlijk als we het hebben over een ADHD-hond? Vaak zijn dat de honden zonder zelfdiscipline. Ze reageren heel overdreven op lichte prikkels en hebben moeite met relaxen. Er kunnen verschillende oorzaken aan dit gedrag ten grondslag liggen: 1)De hond heeft niet geleerd zich aan grenzen te houden door gebrek aan bepaalde ervaringen in zijn vroege jeugd.vaak gaat het dan om honden die al jong bij de moeder zijn weggehaald of met de fles zijn grootgebracht. 2)De hond heeft wel geleerd dat er grenzen zijn aan zijn gedrag en hij is in staat zich zonodig te beheersen. Hij groeit echter op in een omgeving waar zijn drukke en ongedisciplineerde manier van doen hem veel prettigs oplevert. Dus wordt zijn gedrag- heel vaak niet zo bedoeld en onbewust- beloond, waardoor het toeneemt in hevigheid en/of in frequentie. 3)De hond is door aangeboren, fysieke omstandigheden niet in staat adequaat te reageren op prikkels. Dat kan zijn omdat: A)de hersenen de betekenis van de prikkel niet goed kunnen inschatten, waardoor de hond op elke prikkel hevig reageert ook als het om een onbelangrijke prikkel gaat die eigenlijk genegeerd had kunnen worden. B)De hersenen de prikkels op de juiste manier waarnemen en verwerken, maar de reactie op die informatie overdreven wordt. C)De hersenen overgevoelig zijn voor prikkels waardoor ze normale prikkels heel heftig waarnemen, waardoor de hond dan heftig -maar passend bij de heftigheid waarmee de prikkels door de hersenen zijn verwerkt -reageert.

Welke hond is aangeboren overactief? 

Bij de aangeboren overactiviteit, dus bij de hond die fysieke reden overactief is, zien we een aantal verschillende symptomen. De hond heeft bijvoorbeeld geen of onvoldoende remming op het bijten. Dat gedrag ziet men al bij de jonge hond. De hond speelt te hard, hij heeft duidelijk geen controle over dit gedrag. De hond reageert ook sterk overdreven op prikkels uit de omgeving, en komt eigenlijk nooit echt tot rust: hij verkeert in constante toestand van activiteit. Dergelijk gedrag gaat vaak gepaard met stukmaken, eetstoornissen als overmatig eten en ‘uitgehongerd’ schrokken, en niet kunnen afgeven van een speeltje. En tenslotte vertonen echt hyperactieve honden vaak een onvermogen om het eigen lichaam te overzien. Ze maken onnauwkeurige bewegingen en zijn daarom ongeschikt om mee te spelen.Soms reageren ze overdreven op pijn of nemen ze juist geen pijn waar. Soms vertonen dergelijke honden ook slaapstoornissen die bij de ene hond steeds waarneembaar zijn en bij andere gedurende een bepaalde periode. Verder kunnen dergelijke honden slecht reageren op gehoorzaamheidsoefeningen. Ze communiceren slecht met soortgenoten: ze gedragen zich asociaal alsof ze in hun jeugd niet goed gesocialiseerd zijn terwijl dat wel volgens de regels gebeurd is.Het gedrag ontstaat doordat de hond niet in staat is na een nieuwe prikkel een daarbij behorend gedrag te ontwikkelen, waardoor iedere bekende prikkel voor de hond een nieuwe prikkel is. Er ontstaat geen gewenning, waardoor het gedrag steeds overdreven is. Doordat de hond niet normaal met soortgenoten kan omgaan, wordt hij daarmee zo min mogelijk contact gebracht om ellende te voorkomen.Daardoor wordt de hond steeds asocialer. De hond wordt zeer vooringenomen ( angstig) agressief en is vrijwel niet meer te hanteren met andere honden in de buurt.

Meestal is er hoop 

Bij aangeboren overactiviteit is training moeilijk en is medicatie ter ondersteuning meestal noodzakelijk. Gelukkig blijken de meeste zogenaamde ADHD-honden niet te voldoen aan het hier geschetste profiel. Bij de groep honden die zo geworden is doordat hun opgewonden gedrag onbedoeld gestimuleerd is, is er sneller verbetering te verwachten. Juist de zeer drukke hond die onbedoeld zo geworden is omdat zijn drukke gedrag onbewust beloond werd, heeft goede kansen om te veranderen.

Wat te doen met een geconditioneerd overactieve hond? 

Heel belangrijk is deze honden zelfdiscipline bij te brengen. Als ze zichzelf kunnen controleren, verandert er al heel veel in hun gedrag. Het is belangrijk om alle vormen van straf en gemopper te vervangen door het negeren van het ongewenste gedrag en juist gewenst gedrag buitengewoon te belonen. De meeste van deze honden spelen graag, en spel is dan ook bij uitstek hét middel om de hond iets te leren zonder dwang op te leggen. Bij spel is het mogelijk duidelijke grenzen te stellen zonder enige druk uit te oefenen. Heel gewoon door consequenties aan het gedrag te binden. Te hard spel? Het spel wordt afgebroken. In kleding hangen? Het spel wordt afgebroken. Terwijl rustig spel waarbij de hond zich bedwingt om te hard te spelen of ledematen te raken, beloond wordt met verder spelen. Sommige van deze honden spelen graag in hun eentje, maar stoppen het spel als hun eigenaar zich ermee gaat bemoeien. Een verstoorde relatie – doordat de hond vaak op zijn kop heeft gehad zonder dat hem geleerd is wat hij dan wel moet doen – ligt daar vaak aan ten grondslag. In zo’n geval moeten oefeningen vooral dienen om het vertrouwen terug te brengen alvorens men verder kan gaan. Uiteindelijk dienen alle oefeningen maar één ding: de hond te leren zich te consenteren. Door concentratie vergroot zijn zelfdiscipline en daarmee zijn vermogen om te functioneren als een normale hond. Die blij kan zijn zonder ongeremd te worden. Die rustig op zijn plaats kan liggen zonder explosief te reageren op alles wat gebeurt. En die kan leren. En dat laatste is essentieel om een blijvende verandering aan te brengen. Bij dit alles zit maar één ding in de weg:wijzelf. Want het blijkt heel moeilijk, hoeveel goede voornemens men ook heeft, de eigen gewoonten te doorbreken. Ieder mens en ieder gezin heeft de neiging na verloop van tij terug te vallen in de vaste gewoonten. En valt het gezin terug, dan valt de hond terug. Daarom is hulp vaak noodzakelijk. Hondenscholen en gedragstherapeuten zijn de aangewezen deskundige om verder te komen.

Resumerend: Veel schijnbaar overactieve honden krijgen ten onrechte dat stempel opgeplakt. Aangeboren problemen in de waarneming komen maar weinig voor, meestal blijken overactieve honden beloond te zijn voor hun drukke en gekkigheid. Een begeleiding die rust, zelfcontrole en vertrouwen opbouwt, kan de geconditioneerde overactiviteit van een op zichzelf normale hond in goede banen leiden. Het eigen functioneren van eigenaar en gezin is daarbij doorslaggevend.

3. Motivatie & Concentratie

Motivatie en concentratie

Bij sport- en werk honden onderscheiden we drie condities,

Namelijk de lichamelijke conditie, de geestelijke conditie en

De werkconditie. Tussen deze drie bestaat een wisselwerking,

Die van grote invloed is op de prestaties van de hond….

Omdat mijn logje over werkhonden gaat zal ik jullie daar meer

Uitleg over proberen te geven

Werkconditie

Onder werkconditie verstaan we de mogelijkheid om langere tijd

Bezig te blijven met een bepaalde taak. Bij onze honden betreft

Dit het werk waarvoor ze worden opgeleid. Dit kan variëren van

Flyball, obedience en agility tot speuren, zoekwerk, verdedigingstrainig,

Bewaking enz.

Een hond met een goede werkconditie is in staat de hem opgedragen taak

Langere tijd achtereen te verrichten, zonder dat er sprake is van een

Afname van prestatieniveau.

Het zal duidelijk zijn dat dit niet vanzelf komt, maar opgebouwd moet

Worden. Voordat we overgaan tot de opbouw van de werkconditie

Zullen we eerst een aantal aspecten vaststellen welke te maken hebben met

De werkconditie

Aspecten

Twee zeer belangrijke aspecten die de werkconditie voor een groot deel

Bepalen zijn de motivatie en concentratie.

Zijn deze aspecten bij de hond niet in aanleg aanwezig, dan kan gesteld

Worden dat hij niet naar hoog werkniveau gebracht kan worden. Die

Beide heeft hij namelijk nodig om gedurende langere tijd zijn opgedragen

Taak te verrichten zonder terugval in prestatie.

Motivatie

Er is sprake van een energie, opwinding, die op een bepaald

Doel wordt gericht. Er is een selectieve aandacht voor bepaalde prikkels,

Zonder door ander afgeleid te worden. De organisatie van de activiteit

Vindt plaats in een geïntegreerd reactiepatroon en blijft voortbestaan tot

De omstandigheden vragen om verandering.

Een voorbeeld hiervan is het vervolgen van een spoor door en speurhond.

De hond richt zich vanaf de aanzet op het voetspoor en zolang hij instaat is

Dit te volgen, zal hij met de neus op dat spoor blijven. Hij laat zich niet

Afleiden Door bloemen, objecten in zijn omgeving, verandering van

Terreinen of een andere afleiding.

Pas als hij niet meer in staat is de geur van het voetspoor waar te nemen,

zal hij proberen op andere wijze aan het eind van het spoor te komen.

Dan zal hij de prikkels in zijn omgeving weer gaan waarnemen, die hij

tijdens het speuren negeerde.

Motivatie kan gezien worden als drijfveer voor doelgericht gedrag.

Ze geeft het gedrag richting. Motivatie is de motor van bepaald gedrag,

Zoals kolen de kachel verwarmen.

Je kunt zeggen, dat de motivatie de oorsprong van gedrag is.

Middels conditionering is het gedrag dan te versterken of te elimineren.

Opwinding

Motivatie wordt opgewekt door communicatie over en weer tussen bepaalde fysiologische

Toestand van het organisme en bepaalde prikkels uit de omgeving.

De laatste kunnen ook startprikkel genoemd worden. Ze kunnen bepaalde reacties

Opwekken en dienen tegelijkertijd als signaalprikkels, die het gedrag in bepaalde banen leiden. Om tot een optimale prestatie te komen, moet de mate van opwinding gemiddeld zijn.

Is de opwinding te laag, dan komen de prikkels niet aan; en bij een te grote opwinding komen er teveel prikkels, die verhinderen dat het organisme selectief op de juiste prikkels reageert. Bij een gemiddelde graad van opwinding kunnen de signaalprikkels de benodigde informatie leveren over hoe het gedrag te sturen is. De verhouding tussen opwinding en effectiviteit van het gedrag kan als een omgekeerde U-functie worden gezien.

Doorschieten

Overgemotiveerdheid bij werkhonden leidt tot een niet goed uitvoeren van de opgelegde taak.

Ze zijn zeer druk, zeer bewegelijk, maar niet doelgericht of schieten door in bepaalde gedragingen. Dit is bijvoorbeeld zichtbaar bij het manwerk van een verdedigings-hond die niet wil ‘lossen’. Zijn motivatie om te bijten en vast houden is zo groot, dat de beet veelal zeer onrustig wordt en hij moeite krijgt met lossen.

De mate van opwinding is te groot.

Concentratie

Over het begrip concentratie bestaan nogal wat misverstanden.Veelal wordt het alleen gebruikt als het gaat om de mate van aandacht houden bij een onaangename taak.een betere definitie van concentratie is:’het isoleren van een deel uit een geheel en daar mee bezig blijven.’ Hierin kan nog een onderscheid gemaakt worden:

-Een richting ( bijvoorbeeld concentratie op een richting waarin iemand of iets is verdwenen),

-Duur ( gedurende een minuut of een heel uur),

-Intensiteit (voor volle 100% of maar voor de helft),

-Uitgebreidheid ( letten op één of meerdere dingen tegelijk).

Een werkhond moet in staat zijn een bepaalde mate van concentratie voor

De oefening van zijn taak op te brengen. Deze concentratie kan opgewekt worden

Door prikkels van binnenuit of van buitenaf, en kan vastgehouden worden uit angst voor straf of door de motivatie, wat dan weer bepaald wordt door de wijze waarop de hond opgeleid is.

Aangenaam

Uit onderzoeken is gebleken dat wanneer een taak als aangenaam ervaren wordt, het geconcentreerd blijven min of meer vanzelf gaat, echter als de taak die uitgevoerd moet worden als zeer onaangenaam en negatief wordt ervaren, dan is de concentratie veelal van korte duur en minder intensief.

Wat echter niet moet worden vergeten. Is dat een in eerste instantie als negatief ervaren taak of commando op den duur zeer wel positief kan worden, doordat het de hond duidelijk wordt wat er precies van hem verlangd wordt.

Met name in de opleidingsfase ziet men dit vaker gebeuren.als de hond eenmaal weet wat hem te doen staat, voert hij de opdracht met plezier uit. Hij kan zich dan ook zonder problemen op de opdracht concentreren. Blijft echter de opdracht onaangenaam en moet hij steeds worden gedwongen worden tot aandacht hiervoor, dan vergt dit zeer veel energie en kan hij de taak niet lang volhouden.

Grondpijlers

Naast de motivatie en concentratie zijn voor de werkconditie uiteraard ook de lichamelijke en geestelijke conditie de grondpijlers. Zijn deze beide niet aanwezig, dan is het onmogelijk een werkconditie op te bouwen.

Bij een slechte lichamelijke gesteldheid is de mens ook niet in staat lang gemotiveerd aan een taak bezig te blijven: hij wordt snel moe, waardoor de concentratie niet meer mogelijk is, en er komt een teveel aan prikkels binnen, waardoor de motivatie ook niet meer doelgericht kan zijn. Datzelfde geldt voor de geestelijke conditie. Een getest mens is niet in staat zijn taak te volbrengen. Hij raakt overspannen of krijgt last va het burn-out syndroom. Hetzelfde geldt voor een werkhond.

Opbouw

Om een optimale werkconditie bij de hond te kunnen ontwikkelen, moet er dus allereerst sprake zijn een optimale lichamelijke en geestelijke conditie. Hierop wordt dan de werkconditie opgebouwd middels het stapsgewijze opvoeren van de moeilijkheidsgraad van de door hem uit te voeren tak. Ook worden worden steeds meer afleidingen ingebracht, die de hond moet leren negeren. Hoe meer variatie, hoe sterker de motivatie en de concentratie wordt van de hond gedurende de uitvoering van zijn taak. Daarnaast wordt de tijdsduur van werken steeds hoger gemaakt.zoals bij een speurhond: in eerste instantie zoekt hij bijvoorbeeld tien minuten lang, maar op den duur moet dit uitgebouwd worden naar een uur of langer.

Elementen

De opbouw van werkconditie kan in de volgende elementen getraind worden:

-Tijdsduur: steeds langer achtereen werken.

-Mate van afleiding: in de vorm van geluiden, personen, andere honden of materialen, enz

-Omstandigheden van werken: de beloning uitstellen, in het donker werken, in allerlei weersomstandigheden, in of bij huizen, fabrieken, kennels,direct vanuit de auto of kennel aan het werk gaan enz

-Omgeving: in drukke steden,dorpen,havens,stations,bossen,zandvlakten,op betonvlakten, over asfalt, door water en dergelijke.

-Moeilijkheidsgraad: meerdere hindernissen ( letterlijk of figuurlijk ) voor hij tot uitvoering van zijn taak kan komen.

Stapsgewijs

Voor de verschillende taken van honden zullen verschillende elementen belangrijk zijn. Een ieder moet zien welke elementen voor zijn hond van belang zijn en hiermee werken. Niet vergeten moet worden die altijd stapsgewijs te doen en steeds één nieuw element toe te voegen.Als men meerdere tegelijk neemt, bestaat er een grote kans dat de hond in een negatieve situatie komt en de opgave niet meer kan volbrengen.daarmee wordt een stresssituatie gecreëerd, die de hond alleen maar afbreekt en zeker niet opbouwt. Wel is het ook bij honden van groot belang, dat ze uitgedaagd worden een bepaald probleem dat ze tegenkomen zelf op te lossen; dit verhoogt de motivatie en concentratie voor een volgende opgave. Met ander woorden: de werkconditie wordt opgebouwd.

2. Leer uw hond kennen.

Oorsignalen:

Oogsignalen:

Gelaatsuitdrukkingen:

Staartsignalen:

De lichaamstaal:

Wat bedoelt een blaffende hond:

Oorsignalen:

Opstaande oren of enigszins naar voren gericht.

"Wat is dat?"

Teken van alertheid.

Oren duidelijk naar voren gericht met ontblote tanden en gerimpelde neus.

"Kijk goed uit wat je doet! Ik ben klaar om te vechten."

De actieve, agressieve uitdaging van een dominante en zelfverzekerde hond.

Oren plat naar achter met ontblote tanden en gerimpelde neus.

"Ik ben bang, maar ik zal mezelf verdedigen als jij mij probeert pijn te doen."

Een angstig-agressief gebaar van een niet-dominante hond die zich bedreigd voelt.

Oren plat naar achter maar de tanden zijn niet zichtbaar, glad voorhoofd, lage lichaamshouding.

"Ik accepteer jou als mijn sterke leider. Ik weet dat jij me geen pijn doet,

want ik vorm geen bedreiging voor jou."

Een gebaar van onderworpenheid en vredelievendheid.

Oren naar achter met de staart omhoog, knipperende ogen en ontspannen open mond.

"Hallo! Volgens mij gaan we samen pret maken."

Een vriendelijk gebaar, vaak gevolgd door wederzijds besnuffelen of uitnodiging om te spelen.

Oren een beetje naar achter en naar opzij.

"Ik maak me zorgen om wat mij te wachten staat. Ik vind dit niet leuk. Ik kan gaan vechten of er vandoor gaan."

Een teken van spanning of opwinding; kan snel leiden tot agressie of angst, afhankelijk van de ontwikkeling van de situatie.

Oren snel naar achter en naar voor bewegen.

"Ik neem de situatie even in ogenschouw, dus maak je niet druk om mij."

Een onderworpen vredelievend gebaar van een hond die afwachtend is en niet zeker van zichzelf.

Oogsignalen:

Rechtstreeks in de ogen kijken.

"Ik daag jou uit! Hou daar onmiddellijk mee op! Ik ben hier de baas, dus wegwezen jij."

Een actief dominant-agressief signaal, doorgaans van een zelfverzekerde hond die een conflict met een andere hond heeft.

Ogen afgewend om rechtstreeks oogcontact te vermijden.

"Ik zoek geen moeilijkheden! Ik accepteer het feit dat jij hier de baas bent!"

Een gebaar van onderworpenheid, met een ondertoon van angst.

Knipperen.

"Goed, laten we eens zien of we de confrontatie kunnen vermijden. Van mij heb je niets te vrezen."

Het knipperen voegt een vredelievend gebaar toe aan het dreigende staren en verlaagt het niveau van confrontatie zonder al te veel gezichtsverlies.

Gelaatsuitdrukkingen:

Mond ontspannen en enigszins open, de tong kan zichtbaar zijn en over de ondertanden hangen.

"Ik ben tevreden en ontspannen."

Deze uitdrukking benadert de menselijk glimlach het meest.

Mond gesloten, de tong of tanden zijn niet zichtbaar, de hond kijkt in een bepaalde richting en is enigszins naar voor gebogen.

"Dit is interessant. Ik vraag mij af wat daar aan de hand is."

Een teken van aandacht of interesse.

De bovenlip is opgetrokken om enkele tanden te ontbloten waarbij de mond nog steeds tamelijk gesloten is.

"Ga weg! Je ergert mij!"

Eerste teken van ergernis of bedreiging; kan gepaard gaan met een laag grommen.

De bovenlip is opgetrokken om de tanden goed te laten zien; wat rimpels op de neus en de mond is gedeeltelijk open.

"Wanneer je mij ertoe dwingt of iets doet wat ik als bedreigend ervaar zal ik gaan vechten."

Actieve agressieve reactie, mogelijk het gevolg van angst of een bevestiging van sociale dominantie.

De bovenlip is opgetrokken en niet alleen de tanden maar ook het tandvlees is ontbloot met zichtbare rimpels op de neus.

"Wegwezen jij, anders is het niet te best."

Hoog niveau van actieve agressie. Wanneer de andere hem geen ruimte geeft, zal deze hond gaan aanvallen.

Geeuwen.

"Ik ben een beetje gespannen."

Teken van spanning of opwinding. Kan ook gebruikt worden als afleidingssignaal om een dreiging af te wenden.

Likken van het gezicht van een persoon of een andere hond.

"Ik ben jouw vriend en erken jouw leiderschap. Ik heb honger. Heb jij een lekker hapje voor me?"

Een vredelievend gebaar van een onderworpen hond. Tevens een verzoek om voedsel.

Likken van de eigen lippen (of in het luchtledige).

"Ik buig voor jouw autoriteit en hoop dat je mij geen pijn zult doen."

Een buitengewoon vredelievend gebaar.

Staartsignalen:

Staart horizontaal, van de hond af wijzend, maar niet stijf.

"Daar zou wel eens iets interessants kunnen gebeuren."

Teken van ontspannen alertheid.

Staart wijs recht naar achter.

"Laten we eens zien wie hier de baas is."

Voorzichtig begroetingsritueel en gematigde uitdaging van een onbekende.

Staart omhoog en over de rug krullend.

"Ik ben hier de baas en iedereen weet dat."

Zelfverzekerd signaal van een dominante hond.

Staart lager dan horizontaal, maar tamelijk ver van de achterpoten verwijderd,

soms ontspannen kwispelend.

"Alles is in orde. Ik voel me lekker."

Normaal beeld van een hond die zich nergens druk over maakt.

Staart laag, vlak bij de achterbenen, achterpoten recht, lichaam rechtop.

"Ik voel me niet lekker. Ik ben een beetje depressief."

Teken van fysieke of psychische malaise of ongemak.

Staart laag, vlak bij de achterpoten, lage lichaamshouding door gebogen achterpoten.

"Ik voel me een beetje onzeker."

Teken van sociale angst en gematigde onderworpenheid.

Staart tussen de poten.

"Ik ben bang. Doe me geen pijn."

Onderworpen gebaar en een teken van angst en onderdanigheid.

Opgezette haren op de staart.

"Ik daag jou uit!"

Dit staartsignaal voegt een element van dreiging toe aan andere staartsignalen.

Opgezette haren op het puntje van de staart.

"Ik sta een beetje onder druk."

Dit staartsignaal voegt een element van angst toe aan andere staartsignalen.

Een knik of scherpe buiging in de staart.

"Als het moet laat ik jou wel eventjes zien wie hier de baas is."

Dit staartsignaal voegt een element van onmiddellijke dreiging en dominantie toe aan andere staartsignalen.

Zwak kwispelen.

"Jij vindt mij toch lief? Ik ben hier, hoor!"

Een enigszins aarzelend onderworpen gebaar.

Breeduit kwispelen, zonder het lichaam te verlagen of de heupen heen en weer bewegen.

"Ik vind jou aardig. Laten we vriendjes zijn."

Een vriendelijk gebaar, zonder sociale dominantie, wordt vaak gezien tijdens het spelen.

Breeduit kwispelen, waardoor de heupen heen en weer worden bewogen.

"Jij bent mijn roedelleider en ik volg jou overal."

Een teken van respect. De hond voelt zich niet bedreigd, maar accepteert zijn lagere positie.

Langzaam kwispelen met tamelijk laag gedragen staart.

"Ik begrijp het niet helemaal."

Een signaal van besluiteloosheid of verwarring omtrent hetgeen er van de hond verwacht wordt.

De lichaamstaal:

Rechte poten, lichaam rechtop, of langzame beweging voorwaarts met stijve poten.

"Ik ben hier de baas. Daag je me soms uit?"

Een actief agressief gebaar van een dominante hond die zijn leiderschap wil bevestigen.

Lichaam enigszins naar voor gebogen en de voeten staan schrap.

"Ik accepteer jouw uitdaging en ben klaar om te vechten!"

Een reactie op een bedreiging,

of de reactie op de weigering van een andere hond om ruimte te maken; agressie zal volgen.

Opgezette haren op de schouders en de rug.

"Je bent te ver gegaan! Je mag kiezen: onmiddellijk ophouden, vechten of wegwezen!"

Elk moment kan er een aanval plaatsvinden.

Opgezette haren, alleen op de schouders.

"Je maakt me zenuwachtig. Dwing me niet tot vechten. Ik vind dit niet prettig."

De hond denkt dat hij gedwongen wordt om te vechten.

Hond maakt zich kleiner of kruipt in elkaar terwijl hij opkijkt.

"Laten we geen ruzie maken. Ik accepteer dat jij een hogere positie hebt dan ik."

Een actief onderworpen gebaar om de andere gerust te stellen.

Duwen met de snuit.

"Jij bent mijn leider. Negeer mij alsjeblieft niet. Ik wil graag …"

Ongeveer hetzelfde als likken, maar niet zo onderworpen. Kan ook gebruikt worden om iets te vragen.

Hond gaat zitten terwijl hij door een andere wordt benaderd; laat zich besnuffelen.

"Wij zijn bijna gelijken, dus laten we verstandig zijn en niet vechten."

Een klein vredelievend gebaar.

Hij rolt zich op zijn zij, stelt keel en buik bloot en verbreekt het oogcontact volledig.

"Ik accepteer jouw autoriteit en vorm geen bedreiging."

Passieve onderworpenheid; het hondse gebaar voor knielen.

Botsen met de schouder.

"Ik sta hoger in rang en jij gaat voor mij aan de kant wanneer ik eraan kom."

Een tamelijk agressieve bevestiging van relatieve sociale dominantie.

De hond houdt één voorpoot enigszins omhoog.

"Ik ben een beetje bang en maak mij zorgen."

Een teken van onzekerheid en gematigde spanning.

Hij rolt zich op de grond en wrijft met zijn rug en schouders over de grond (soms ook met de neus).

"Ik ben tevreden en alles is ok."

Een ritueel dat vaak plaatsvindt wanneer er iets plezierigs is gebeurd.

Zakt door zijn voorpoten op de grond, achterlichaam en staart omhoog.

"Laten we spelen. Sorry, ik wou je niet laten schrikken! Dit is gewoon voor de lol."

Normale uitnodiging om te spelen.

Wat bedoelt een blaffende hond?:

Blaffen in snelle reeksen van drie of vier, met pauzes ertussen op een normale toonhoogte.

"Allemaal verzamelen. Ik vermoed dat er iets aan de hand is."

Waarschuwing, eerder belangstellend dan alarmerend.

Snel blaffen, normale toonhoogte.

"Roep de roedel! Iemand betreedt ons territorium. We moeten wellicht in actie komen."

Normaal alarmerend blaffen. De hond is alert, maar niet bang.

Wordt veroorzaakt door het naderen van een onbekende of een onverwachte gebeurtenis,

langer aanhoudend dan het onderbroken blaffen van hierboven beschreven.

Voortdurend blaffen, maar een beetje langzamer en op een lagere toonhoogte.

"De indringer (het gevaar) is zeer dichtbij.

Volgens mij is dit de vijand.

Maak je klaar om jezelf te verdedigen!"

De hond begint onrustig te worden en voelt zich duidelijk bedreigd.

Een verlengde reeks blaffen, met gematigde tot lange intervallen.

“Is daar iemand? Ik ben eenzaam en heb behoefte aan gezelschap."

Doorgaans veroorzaakt door sociale isolatie of opsluiting.

Een of twee scherpe, korte blaffen, op normale toon of hogere toon.

"Hallo! Ik zie je."

Typisch begroetings- of herkenningssignaal,

veroorzaakt door de aankomst of aanblik van een bekend persoon.

Enkele scherpe korte blaf op lage tot halfhoge toonhoogte.

"Ophouden! Ga weg!"

Geërgerd blaffen, bv wanneer hij in zijn slaap gestoord wordt.

Enkel, gematigd luide scherpe, korte blaf op een hogere toon.

"Wat is dit? Hé?".

Signaal van verrassing of schrik.

Enkele weloverwogen blaf, en niet zo scherp of kort als de vorige.

"Kom hier …"

Aangeleerde vorm van communicatie,

om een menselijk reactie te bewerkstelligen,

zoals het openen van een deur, honger hebben, enz…

Stotterblaf en toonhoogte opgaand blaffen.

"Laten we gaan spelen!"

Doorgaans gepaard gaand met voorbenen plat op de grond en achterlijf omhoog,

als een uitnodiging om te gaan spelen.

In toonhoogte opgaand blaffen.

"Dat is leuk! Vooruit, we gaan."

Opgewondenheid tijdens het spelen of bij het vooruitzicht op een leuk spel.

Zacht grommen, lage toon (lijkt uit de borstkas te komen).

"Ga weg! Kijk uit, jij!"

Van een dominante hond die geërgerd is of eist dat anderen uit zijn buurt blijven.

Gromblaf op een lage toon zoals Grrr-waf.

"Ik ben kwaad en als je er mij toe dwingt, val ik aan! Verzamelen, we moeten ons verdedigen."

Een enigszins minder dominant signaal van ergernis,

met de suggestie dat de hulp van de roedelgenoten op prijs zou gesteld worden.

Gromblaf op een halfhoge toon en hogere toon.

"Je maakt me bang, maar als het moet zal ik me zeker verdedigen."

Een dreiging van een onzekere hond die agressie zal gebruiken wanneer hij zich daartoe gedwongen ziet.

In toonhoogte rijzend en dalend grommen.

"Ik ben doodsbenauwd! Als je in mijn buurt komt, kan ik gaan vechten of er vandoor gaan."

Het angstig-agressieve geluid van een zeer onzekere hond.

Huilen (vaak sonoor en langgerekt).

"Ik ben hier! Dit is mijn territorium. Ik hoor je huilen!"

Honden gebruiken dit om hun aanwezigheid aan te kondigen,

om op afstand te kunnen socialiseren en om hun territorium af te bakenen.

Hoewel dit geluid in het menselijk gehoor vrij triest klinkt, is de hond tamelijk tevreden.

Blafhuil.

"Ik ben alleen en maak mij zorgen. Waarom komt er niemand om mij gezelschap te houden?"

Het droevige geluid van een hond die eenzaam is en vreest dat niemand op zijn noodkreet zal reageren.

Janken dat stijgt in toonhoogte aan het einde van het geluid.

"Ik wil iets. Ik heb iets nodig."

Een verzoek of smeekbede om iets.

Janken dat daalt in toonhoogte aan het eind van het geluid.

"Vooruit, laat me niet langer wachten."

Opwinding vanwege het vooruitzicht op iets.

Jammerjodel (klinks als jowel-jowel-jowel) of huilgeeuw (klinkt als hhoeoeoeoe-ahhoe-oeoe).

"Ik ben opgewonden! Dit is fantastisch!"

Signalen van plezier, vanwege het vooruitzicht op iets leuks.

Een zacht jankende hond.

"Ik heb pijn. Ik ben echt heel bang."

Een geluid van angst en passieve onderworpenheid.

Enkele kef.

"Au!"

Reactie op een plotselinge pijn.

Een gillende hond.

"Help! Ik denk dat ik doodga."

Een teken van pijn en paniek van een hond die vreest voor zijn leven.

Een hijgende hond.

"Ik ben zover! Wanneer beginnen we?" Dit is ongelooflijk! Dit is spannend. Is er iets mis?"

Geluid veroorzaakt door spanning, opwinding of het vooruitzicht op iets opwindend.

Kan gepaard gaan met natte pootafdrukken.

Een zuchtende hond.

"Ik ben gelukkig en ga hier even lekker liggen. Ik geef het op en ben een beetje depressief."

Teken van emotie, ter beëindiging van een actie.

Wanneer die actie lonend is geweest, is het een teken van tevredenheid.

Zo niet, is het een teken van berusting

1.Rasbeschrijving Border Collie

Ras

Korte geschiedenis:

De Border Collie is een Engels ras dat is ontstaan op de grens (Border) van Engeland en Schotland. De voornaamste taak van de Border Collie is het drijven van schapen (vee). De Border Collie werd vroeger op zijn drijfgedrag geselecteerd en niet op uiterlijk. Wanneer een hond zijn werk niet goed deed werd de hond weg gedaan. Men moest erop kunnen vertrouwen dat de hond het zware werk in de heuvels aan kon en  zelfstandig beslissingen kon nemen ten aanzien van zijn taak met het vee. 

In 1906 werd de eerste Border Collie (Working Sheepdog) in het ISDS (International Sheepdog Society) ingeschreven. Pas in 1976 werd de Border Collie door de Kennel Club erkend en werd er een rasstandaard opgesteld. Honden die bij de Kennel Club staan ingeschreven kunnen ook naar hondenshows. De ISDS gebruikt echter nog steeds geen rasstandaard en wil dit ook niet. Het gaat er bij de ISDS om dat de werkcapaciteiten behouden blijven en niet om hoe de hond eruit ziet. De zuiverhuid van het ras wordt gegarandeerd dat er enkel honden/pups van ISDS geregistreerde ouders ingeschreven mogen worden.

De Border Collie wordt voornamelijk voor schapen gebruikt maar ook voor het drijven van koeien, paarden en ander vee. Bij luchthavens worden ze soms ingezet om vogels te verdrijven en bij golfbanen om Wapiti’s (soort Eland ) te verdrijven.

Zo is de Border Collie ontstaan hoe wij hem nu kennen. Veel werklust, energie en passie, het typerende "eye" maar ook een grote verscheidenheid in uiterlijk.  Wereldwijd is dit de meest gebruikte herdershond en naast het echte schapenwerk heeft men de intelligentie en werklust van dit ras ook weten te waarderen bij andere vormen van hondensport, zoals bijv.  behendigheid,  flyball, obedience.

Het zo typerende "eye" van de Border Collie maakt het voor de hond mogelijk om schapen te kunnen dwingen om hen  te laten bewegen. Niet iedere Border Collie heeft in dezelfde mate "eye". Een hond met een gemiddeld eye kan de schapen op een rustige en beheerste manier voort laten bewegen. Een hond die geen eye bezit zal de schapen meestal niet op een rustige manier kunnen verplaatsen.

Het zal een onrustiger beeld geven. Een hond die veel eye bezit kan bij schapen  helemaal verstijven doordat de hond zo gefixeert is dat er letterlijk geen beweging meer in zit. Het is aan de handler om dit te voorkomen door de hond juist te motiveren om in beweging te blijven. De hoeveelheid eye is aangeboren en verschilt dus per hond.

Gedrag in het kort

Naast de goede eigenschappen kunnen er bij de Border Collie ook een aantal eigenschappen voorkomen die hem minder geschikt maken als huishond. Zij hebben van nature de aanleg om   schapen / vee te drijven,  bij onvoldoende beweging, aandacht en/of mentale stimulatie kunnen zij dit ook gaan doen met andere huisdieren, kinderen, auto’s etc. Daarnaast bezit de Border Collie een hoeveelheid ‘eye’. Andere honden die gefixeerd worden kunnen dit als bedreigend zien en hierop met agressie reageren. Het fixeren en/of najagen van verkeer moet de hond niet zelden met de dood bekopen! Als de Border Collie goed is ingeprent en gesocialiseerd, is het een fijne, gehoorzame en lieve hond. Een goede opvoeding en training is van groot belang. Als men de Border Collie geen veedrijvende taak kan bieden zal men een alternatief moeten bedenken zoals behendigheid, obedience, reddingswerk / speuren of flyball.

Rasbeschrijving

Hoofd: tamelijk brede kop zonder duidelijke achterhoofdsknobbel, duidelijke stop, schedel en neus zijn ongeveer even lang

Ogen: ver uit elkaar geplaatst, ovaal van vorm, bruin. Bij blue merles mogen één of beide ogen blauw zijn, levendige en oplettende blik

Oren: middelmatig groot, middelmatig dik, de oren mogen alle standen hebben, ze mogen alleen niet naar beneden hangen, beweeglijk en alert

Gebit: er moet een compleet schaargebit (boventanden sluiten iets over de ondertanden) aanwezig zijn

Lichaam: atletisch, het lichaam moet langer zijn dan hoog, goed gebogen ribben, licht opgetrokken lendenen, goed schuin geplaatste schouders met aangesloten ellebogen

Staart: laag aangezet, matige lengte maar tot zeker op de hak, puntje wordt meestal iets gebogen omhoog gedragen. De staart mag nooit over de ruglijn worden gedragen, bij het werken met schapen wordt de staart zo laag mogelijk gedragen

Vacht: de vacht kan halflang of kortharig zijn met een dichte ondervacht. Bij de halflange vachten blijft de vacht op de kop en poten kort maar is er veel (halflange) vacht op de hals (kraag), staart, broek en staart

Kleur: alle kleuren zijn toegestaan zolang het wit niet overheersend aanwezig is

Beweging: de bewegingen moeten soepel en makkelijk zijn zonder vermoeiend eruit te zien, de poten worden niet hoog opgeheven

Schofthoogte: reuen zijn circa 53 cm., teven iets kleiner

Welkom

Hallo Allemaal,

Welkom op mijn web-log!!! Mijn web-log gaat over mijn hond Spike. Spike is een Border~Collie. Lees deze web-log op je gemakje door en laat mij vooral weten wat je er van vind doormiddel van het mailformulier……. Veel plezier


">